Inleiding

Zoals in de Perspectiefnota 2018-2021 is beschreven streeft Arnhem naar een gezonde financiële positie. In de afgelopen periode is ingezet op een robuuste begroting. Voor een betere soliditeit zijn spelregels opgesteld om de vermogenspositie te versterken. In de Perspectiefnota is een aantal majeure, beleidsmatige voorstellen gedaan (zie ook paragraaf 4.3 van de Perspectiefnota, waarin wordt ingezoomd op de majeure beleidsontwikkelingen en de bijbehorende financiële consequenties). Dit in het verlengde van de door de raad geleverde input tijdens het raadsdebat voorafgaand aan de Perspectiefnota.

Zij leggen een fors beslag op de financiële ruimte, maar zijn tegelijkertijd noodzakelijk voor een gezonde, financiële, stabiele situatie op de lange termijn. Ook werd in deze Perspectiefnota aangegeven dat de stijgende salariskosten en afgesproken indexeringen een behoorlijke impact hebben op het financiële beeld. Inmiddels is er een nieuwe Cao gesloten, die een veel groter negatief financieel effect heeft op de Arnhemse begroting dan bij de Perspectiefnota werd ingeschat.

Daarentegen vallen de prognoses van het Gemeentefonds op basis van de meicirculaire mee. Het accres laat vanaf 2018 - met uitzondering van 2020 - een stijging zien ten opzichte van de septembercirculaire 2016. Deze stijging van het accres heeft tezamen met andere mutaties als gevolg van de trap-op-trap-af systematiek van het Rijk een verhogend effect op het Gemeentefonds. Er is hierdoor ruimte ontstaan om een aantal wensen te realiseren en er ontstaat meer dan voldoende ruimte om in de volgende bestuursperiode keuzes te maken.

Voorzichtigheid blijft wel geboden. De meicirculaire geeft niet meer dan een vertaling van de beleidsarme voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. Bij het opstellen van deze begroting is er nog steeds geen nieuw Kabinet. De nu nog onbekende plannen van het nieuwe Kabinet zouden zo maar eens een negatief effect kunnen hebben op het gemeentefonds. Hiermee moet rekening worden gehouden bij de bepaling van het weerstandsvermogen, dat nodig is om de risico's op te vangen

In lijn van de Perspectiefnota kan overigens het risicoprofiel voor wat betreft de gemeente brede risico's nog steeds ten opzichte van de vorige begroting fors naar beneden toe worden bijgesteld. De transitiekosten voor de gedeeltelijke ontmanteling van Presikhaaf Bedrijven, alsmede de oprichting en inrichting van een Werkbedrijf , zijn meegenomen in deze begroting en tellen derhalve niet meer mee als een risico in het risicoprofiel. Doordat de begroting in de komende jaren als gevolg van de verhoging van het Gemeentefonds zich positiever ontwikkelt, kunnen aan de vermogenskant ook verbeteringen worden gepresenteerd. Per saldo ontwikkelt zich de berekende vermogenspositie positief en is Arnhem voldoende in staat om financiële en budgettaire tegenvallers op te vangen. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingezoomd in het onderdeel "Het totale financiële beeld" en ook in de paragraaf Weerstandsvermogen wordt dit nader toegelicht.
Naast de vermogenspositie moet ook gekeken worden naar de balansposities. Uit de stresstest in deze begroting, blijkt nog steeds dat onze balansposities, zoals netto schuldquote(1), de solvabiliteit (2) broos zijn.

De schuldquote stijgt met name in de jaren 2018 en 2019. Dit heeft alles te maken met de geplande investeringen in die jaren. Gemiddeld wordt in deze periode jaarlijks 10% van het begrotingstotaal geïnvesteerd. De netto schuldquote ligt net als in de vorige MJPB boven de 100%, maar valt in de meeste jaren wel lager uit. Dit is een gevolg van de verhoging van de totale baten (met name het Gemeentefonds) ten opzichte van de vorige MJPB. In de realisatie is deze overigens in de afgelopen jaren lager uitgevallen als gevolg van het achterblijven van geplande investeringen.
Om de schuldquote te verlagen zullen nieuwe investeringen (en daarmee nieuwe leningen) in de hand moeten worden gehouden. Naar de toekomst toe zal dan ook in het afwegingenkader voor nieuwe investeringen de vermogenspositie van de gemeente een nadrukkelijke rol moeten worden gegeven. Nog voor het einde van het jaar zal - indien majeure wijzigingen zich voordoen - een voorstel voor aanvullende spelregels worden gedaan dat ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

In de volgende tabel is samengevat weergegeven hoe de MJPB 2018-2021 zich ontwikkelt ten opzichte van de vorige begroting.

Financieel beeld 2017-2021

2018

2019

2020

2021

Bedragen * € 1.000

Uitgangspositie MJPB 2017-2020

0

0

0

0

Gemeentefonds en overige (rijks)ontwikkelingen

12.365

14.869

15.659

15.855

Beleidsontwikkelingen en oplossingen

-9.561

-9.977

-7.634

-5.362

Bijstellingen en bedrijfsvoering

-2.393

-4.523

-6.940

-6.303

Invulling nog openstaande taakstellingen (ruimte)

300

350

200

200

Begrotingswijziging bij PN voor jaarschijf 2017

Toevoeging ( -) of onttrekking ( +) aan de AR

-711

-719

-1.285

-4.390

Totaal saldo MJPB

0

0

0

0

De begroting heeft voor het eerst sinds jaren in alle jaarschijven voordelige saldi. Gezien de reeds eerder geschetste onzekere effecten van het rijksbeleid, wordt voorgesteld om deze overschotten niet in te zetten voor nieuw beleid, maar toe te voegen aan de Algemene reserve.

1) Netto schuldquote: is een ratio die de verhouding aangeeft tussen de netto schulden en de totale baten.
2) Solvabiliteit: is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen.

Reëel en structureel sluitende begroting

Naast een reëel sluitende begroting, dient de (meerjaren)begroting ook structureel sluitend te zijn. Dit is het geval wanneer de structurele lasten in de begroting voor 2018 volledig worden gedekt door structurele baten of aannemelijk is gemaakt dat dit structurele evenwicht in de meerjarenbegroting (uiterlijk 2021) weer tot stand wordt gebracht. Uit het in de paragraaf Stresstest opgenomen kengetal structurele exploitatieruimte blijkt dat vanaf 2019 wordt voldaan aan een structureel evenwicht.

Structurele exploitatieruimte

begr. 2018

mjr. 2019

mjr. 2020

mjr. 2021

Bedragen * € 1.000

A

Totale structurele lasten

670.933

666.869

670.561

653.727

B

Totale structurele baten

658.321

665.582

670.168

670.949

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

11.511

11.064

9.112

9.405

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

13.127

12.091

11.383

12.414

E

Totale baten

703.822

690.992

696.657

701.235

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

-2%

-0%

0%

3%